Grondwater – Deel 3

De grondwaterstand op de Veluwe wordt beïnvloed door drie belangrijke veranderingen.

Verandering begroeiing

In de 19de eeuw was de Veluwe nog een heidegebied. Dit is omgevormd tot een bosgebied met veel naaldhout en verandert nu steeds meer naar loofbos. Bossen hebben een grotere verdamping dan heide waardoor er in de loop van de tijd minder regenwater de grond in trok. Naaldbomen zijn het hele jaar groen terwijl loofbomen maar de helft van het jaar bladeren hebben. De naalden van naaldbomen zorgen er dus gedurende het hele jaar voor dat een deel van de neerslag niet kan infiltreren in de bodem maar verdampt. In loofbossen kan het water direct worden openomen tijdens de wintermaanden. De toename in het aantal loofbossen zorgt daarom weer voor een hogere grondwaterstand. En sterke gelaagdheid van begroeiing zorgt daarentegen weer voor meer biomassa waar het regenwater op blijft zitten en weer zal verdampen.

Verandering waterbeheer

In het verleden zijn sprengenbeken gegraven voor de inzet van watermolens. De Flevopolder is droog gelegd en door ruilverkavelingen zijn de waterpeilen in veel gebieden verlaagd. Al deze ingrepen hebben gezorgd voor een snellere afvoer van het diepe grondwater van de Veluwe waardoor de grondwaterstanden nu structureel lager zijn dan in het verleden.

Klimaatverandering

Het klimaat veranderd. In de metingen van het KNMI is terug te zien dat het neerslagpatroon veranderd is ten opzichte van honderd jaar geleden. De verdamping neemt toe doordat de temperatuur stijgt. Over honderd jaar zal het klimaat weer anders zijn dan nu. Voor het grondwatersysteem kijken we vooral naar de verandering in neerslag en in verdamping.

Figuur 6: zomer en winterneerslag van KNMI station Heerde

In de figuur is te zien dat in de afgelopen 100 jaar de neerslag in de zomer gemiddeld gelijk is gebleven, en dat de neerslag in de winter gemiddeld is toegenomen. De trend dat er meer neerslag valt over het hele jaar zal waarschijnlijk doorzetten, en het grootste deel zal in de winter vallen.

Het is nog onzeker welk effect klimaatsverandering precies heeft op het grondwatersysteem. In de klimaatatlas wordt er vanuit gegaan dat de grondwaterstand op de Veluwe meer dan 1 meter kan stijgen en in de overgangszone tot een halve meter. Voorspellingen met grondwatermodellen leveren echter nog geen eenduidig beeld op. De metingen uit het verleden geven een indicatie maar zijn geen garantie voor de toekomst.

Als de winters inderdaad natter worden kan de grondwaterstand hoger worden. Uit de metingen van de afgelopen eeuw blijkt dat het gemiddeld al meer is gaan regenen in de winter. De grondwaterstand is echter niet gestegen. Met de kennis van nu is het verstandig om rekening te houden met zowel een verhoging als verlaging van de grondwaterstand bovenop de langjarige variatie die de afgelopen eeuw ook zichtbaar zijn.


Effecten veranderingen grondwaterstanden

Bij verandering van de grondwaterstand in de toekomst kan overlast optreden daar waar dat nu nog niet het geval is of juist extra droogte. Per grondwaterzone kan dat verschillen.

Hoge zone
In de hogere delen van de Veluwe ligt het grondwaterpeil 1,5 meter tot meer dan 20 meter onder het maaiveld. Hier zijn de grondwaterstanden dus dermate diep dat extreme neerslag niet snel tot overlast leidt. In droge perioden geldt dat in de hoge zone de grondwaterstand toch al diep was. Nog dieper maakt dan relatief weinig verschil.


Overgangszone
In de overgangszone ligt de grondwaterstand in natte perioden tussen de 150 en 70 centimeter onder het maaiveld. In deze zone kan incidenteel overlast optreden omdat er geen sloten aanwezig die het grondwater kunnen afvoeren. In extreem droge periode kan de grondwaterstand verder uitzakken waardoor droogteschade kan optreden.


Lage zone
Deze zone heeft een lager maaiveld en daardoor relatief hogere grondwaterstanden. Het grondwaterpeil ligt hier minder dan 70 centimeter onder het maaiveld. In deze zone zijn wel sloten aanwezig die het grondwater kunnen afvoeren waardoor de grondwaterstand niet hoger komt. In de lage zone wordt dan ook vrijwel jaarrond water afgevoerd. Bij droogte kan het kwelwater (grondwater dat door een ondergrondse stroom onder grote druk aan de oppervlakte komt) van de hoge zone ook worden vastgehouden in de sloten. Droogte leidt hier dan ook minder snel tot problemen dan in de overgangszone.